Gerechtigheid voor Palestijnse Kinderen

 

thumbnail_al-majdalawi

De verontrustende trend in het aantal buitengerechtelijke executies is het resultaat van een gewijzigd schietbeleid van de Israëlische regering waardoor militairen, politieagenten en particuliere beveiligingsmedewerkers het recht in eigen hand nemen. Moreel gezien is het doden van kinderen op geen enkele wijze goed te praten. Het fundamentele recht van kinderen op leven en bescherming moet gewaarborgd worden, conform internationaal recht en in het bijzonder met inachtneming van het VN-Kinderrechtenverdrag en de Vierde Geneefse Conventie. De internationale gemeenschap mag geen uitzondering maken voor Israël en er moet een einde komen aan het feit dat het schenden van de rechten van deze kinderen ongestraft blijft. 

De afgelopen jaren is er een alarmerende toename te signaleren van het aantal Palestijnse kinderen dat slachtoffer wordt van gerichte acties door het Israëlische leger. Sinds 2014 zijn er op de Westelijke Jordaanoever 61 kinderen gedood en zijn er minstens 2935 kinderen gewond geraakt als direct gevolg van dit geweld. Recente incidenten tonen aan dat kinderen in toenemende mate slachtoffer van geweld van de Israëlische troepen zijn geworden, onder andere doordat er steeds vaker met scherp wordt geschoten op Palestijnse kinderen.

Op 20 september 2016 werd Issa Tarayra, een zestienjarige jongen uit Bani Naim, doodgeschoten nadat hij ervan beschuldigd werd dat hij een Israëlische soldaat had aangevallen met een mes. Bara’a Ramadan Owaisi, een dertienjarig meisje uit Qalqilia, werd een dag daarna neergeschoten bij een Israëlische controlepost. Ze was ongewapend en werd neergeschoten omdat ze niet onmiddellijk stopte op bevel van een soldaat.

Het rapport The Occupation’s Fig Leaf van de Israëlische mensenrechten organisatie B’Tselem stelt dat de Militaire Politie Onderzoekseenheid (Military Police Investigating Unit – MPIU) geen grondig onderzoek doet, waardoor de waarheid niet boven tafel komt. Het rapport stelt dat het leger alles binnen zijn macht doet om te voorkomen dat aanklachten tegen soldaten die verantwoordelijk zijn voor het geweld tegen Palestijnen onderzocht worden, of dat daders vervolgd worden. Topambtenaren in Israël zijn tevreden met deze gang van zaken en de effectiviteit van dit systeem en verwerpen elke vorm van wezenlijke kritiek, ondanks het feit dat zij zich bewust zijn van de misstanden. Een groot aantal zaken wordt gesloten vanwege ‘tekort aan bewijs’.

Een recenter rapport van B’Tselem, Whitewash Protocol, stelt dat net als tijdens eerdere onderzoeken naar het geweld, geen aandacht wordt besteed aan de verklaringen van de slachtoffers. Wij delen de conclusie van B’Tselem, dat het Israëlische onderzoek bepaalde praktijken verhult in plaats van deze praktijken aan het licht te brengen.

Tijdens de aanvallen op Gaza in 2014 vonden 526 Palestijnse kinderen de dood. Dat is een kwart van het totaal aantal slachtoffers dat viel tijdens de 50 dagen dat Israël Gaza aanviel. Dit grote aantal dodelijke slachtoffers is een direct gevolg van het ‘beleid tot vuren’ van het Israëlische leger. Daartoe behoorden ook luchtaanvallen op huizen. Hierdoor werden honderden mensen waaronder soms hele families gedood.

Op 12 oktober 2016 legde de Palestijnse Kindercoalitie met betrekking tot de vaststelling begroting Buitenlandse Zaken 2017 de vaste commissie van Buitenlandse zaken tien vragen voor, die hier te vinden zijn. Sommige van deze vragen werden behandeld en zijn hier terug te vinden. Daarnaast schreef de coalitie een brief over dit onderwerp, welke hier te vinden is.