Recht op leven

Dowload hier de flyer.

Kinderen in het bezette Palestijns gebied groeien op in een omgeving waar ze bijna dagelijks worden geconfronteerd met gewapend conflict. In Gaza leven kinderen voortdurend in angst voor geweld, waaronder de Israëlische aanval op Gaza in 2014 waarbij 1.462 Palestijnse burgers werden gedood, waaronder 551 kinderen. Tussen januari 2018 en juni 2019 zijn 68 jongens en 4 meisjes gedood en 8.528 jongens en 684 meisjes gewond geraakt door de Israëlische strijdkrachten.

Op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, blijft geweld tegen Palestijnse  kinderen een groot probleem. Veilige speelplekken zijn schaars, maar ook thuis, op school en op straat worden kinderen geconfronteerd met geweld van de Israëlische strijdkrachten en lopen ze het risico gewond te raken of te worden gedood. De militaire arrestatie en detentie van kinderen vanaf 12 jaar komt veel voor (500-700 kinderen per jaarmet als gevolg dat kinderen weken- of  maandenlang in een cel zitten zonder een eerlijk proces.

Voor kinderen die gewond zijn geraakt als gevolg van geweld in Gaza, zijn ziekenhuisbehandelingen of medicijnen niet altijd beschikbaar. Patiënten,  die hun behandeling buiten Gaza moeten ondergaan omdat er in Gaza onvoldoende faciliteiten zijn, worden veelal eerst geconfronteerd met langdurige procedures om toestemming van de Palestijnse autoriteiten te krijgen. Daar komt bij dat de Israëlische autoriteiten (tijdelijke) vergunningen weigerden aan 45% van de patiënten die hun behandeling buiten Gaza wilden of moesten ondergaan. In augustus 2018 was volgens de Wereldgezondheidsorganisatie 40% van de meest noodzakelijkemedicijnen niet voorradig in Gaza door de Israëlische blokkade tegen het importeren van goederen.

Wat gebeurt er met kinderen?

Sajed ‘Abd al-Hakim Helmi Muzher (Foto: B’Tselem)

17 jaar oud, inwoner van het a-Duheisheh vluchtelingenkamp bij Bethlehem, werd gedood op 27 maart 2019. Sajed Muzhar was aan het werk als verpleger. Hij deed dit als vrijwilliger. Sajed werd neergeschoten door het Israëlische leger. Dit gebeurde toen hij een ​​Palestijn wilde evacueren die in zijn been was geschoten door Israëlische troepen die het vluchtelingenkamp bestormden. Hij overleed later op de dag aan zijn verwondingen. Lees meer

 

Bayan Muhammad Kamel Abu Khamash (Foto: B’Tselem)

1 jaar oud, inwoner van Deir al-Balah in de Gazastrook, werd gedood op 9 augustus 2018 als gevolg van beschietingen vanuit een Israëlisch gevechtsvliegtuig. Terwijl ze lagen te slapen is Bayan samen met haar hoogzwangere moeder gedood door een bom die hun huis trof. Haar vader raakte gewond. Lees meer

 

 

<p>
</p>
Mohammed Tamimi ( Foto: ActiveStills) 

13 jaar oud, inwoner van Jabalya vluchtelingenkamp in het noorden van Gaza, raakte gewond op 11 januari 2019 door een traangasgranaat en stierf op 14 januari 2019. Abd a-Ra’uf Salhah werd in zijn hoofd geraakt door een traangaspatroon afgevuurd door het Israëlische leger. Het incident vond plaats tijdens de protesten in het kader van de Grote Mars voor de Terugkeer, bij het afscheidingshek ten oosten van het vluchtelingenkamp Jabalya waar duizenden burgers aan deelnamen. Abd a-Ra’uf Salhah stond op dat moment op ongeveer 150 meter afstand van de omheining tussen Gaza en Israël. Lees meer

 

 

Mohammed ‘Ali-Kosba ( Foto: ActiveStills)
<p>
Family members of Palestinian youth Mohammed Sami al-Ksbeh, 17, mourn during his funeral in Qalandiya refugee camp, near the West Bank city of Ramallah, July 3, 2015. A senior Israeli army officer shot and killed Ksbeh who was throwing stones near a checkpoint in the occupied West Bank on Friday.</p>

17 jaar oud, werd doodgeschoten in de ochtend van vrijdag 3 juli 2015 door kolonel Yisrael Shomer van het Israëlische leger. Mohammed werd van achteren beschoten toen hij vluchtte nadat hij een steen had gegooid, vlak bij de Qalandia controlepost. Drie kogels raakten hem in het bovenlichaam en één in het hoofd. Volgens een getuige naderde kolonel Shomer hem nadat hij was neergeschoten en raakte hem met zijn voet aan, kennelijk om te controleren of hij dood was. Daarna keerde Shomer, ook zichtbaar op video-opnames, terug naar het voertuig en reed weg zonder medische hulp in te roepen.

De militaire advocaat-generaal verklaarde dat het schieten van de kolonel gerechtvaardigd was als onderdeel van de procedure om een ​​verdachte te arresteren, maar wel dat het feit dat hij de jongen in het bovenlichaam neerschoot in plaats van in de benen een operationele vergissing was. In 2018 werd kolonel Shomer gepromoveerd tot commandant van een belangrijke gevechtseenheid van het Israëlische leger.

 Lees meer

‘Abd a-Ra’uf Isma’il Muhammad Salhah
(Foto: B’Tselem)

13 jaar oud, inwoner van het Jabalya vluchtelingenkamp in het noorden van Gaza, raakte gewond op 11 januari 2019 door een traangasgranaat en stierf op 14 januari 2019. Abd a-Ra’uf Salhah werd in zijn hoofd geraakt door een traangaspatroon afgevuurd door het Israëlische leger. Het incident vond plaats tijdens de protesten in het kader van de Grote Mars voor de Terugkeer, bij het afscheidingshek ten oosten van het vluchtelingenkamp Jabalya waar duizenden burgers aan deelnamen. Abd a-Ra’uf Salhah stond op dat moment op ongeveer 150 meter afstand van de omheining tussen Gaza en Israël.

Lees meer

 

 

Het VN-Kinderrechtenverdrag

Kinderen in oorlogssituaties zijn zeer kwetsbaar.  Het fundamentele recht van kinderen op leven en ontwikkeling is gewaarborgd in artikel 6 van het VN-Kinderrechtenverdrag. Dit verdrag is geratificeerd door Israël in 1991. Hiermee erkent Israël dat een veilige en stabiele kindertijd belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen. Tevens onderschrijft het dat kinderen speciale rechten hebben waarbij rekening wordt gehouden met hun leeftijd. 

Nederland en Israël zijn lidstaten van de Verenigde Naties. Beide landen zijn partij bij het VN-Kinderrechtenverdrag en dus verplicht om de artikelen van het VN-Kinderrechtenverdrag na te leven. Zij erkennen daarmee dat ieder kind het recht op leven heeft en dat zij de ontwikkeling van het kind moeten waarborgen. Tevens bepaalt het VN-Kinderrechtenverdrag dat Israël zich moet houden aan de regels van internationaal humanitair recht die betrekking hebben op kinderen.

 

Recht op leven en ontwikkeling

Art. 6 lid 1: ‘De Staten die partij zijn, erkennen dat ieder kind het inherente recht op leven heeft.

’Art. 6 lid 2.: ‘De Staten die partij zijn, waarborgen in de ruimst mogelijke mate de mogelijkheden tot overleven en de ontwikkeling van het kind.

Internationaal humanitair recht

Art 38 lid 1: De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe eerbied te hebben voor en de eerbiediging te waarborgen van tijdens gewapende conflicten op hen van toepassing zijnde regels van internationaal humanitair recht die betrekking hebben op kinderen.

Art 38 lid 4 In overeenstemming met hun verplichtingen krachtens het internationale humanitaire recht om de burgerbevolking te beschermen in gewapende conflicten, nemen de Staten die partij zijn alle uitvoerbare maatregelen ter waarborging van de bescherming en de verzorging van kinderen die worden getroffen door een gewapend conflict.

 

De Verdragen van Genève

Israël is gebonden aan internationaal humanitair recht, waaronder het Verdrag van Geneve betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd (de Vierde Geneefse Conventie ). Dit Verdrag is van toepassing tijdens een conflict of oorlog. Hierin is afgesproken dat burgers recht hebben op een humanitaire behandeling en bescherming tegen geweld, intimidatie, belediging en openbare vernedering. Kinderen hebben als meest kwetsbare groep recht op speciale bescherming. Dit betekent dat kinderen niet gedood, verwond of inhumaan behandeld mogen worden. De strijdende partijen hebben tevens de plicht ervoor te zorgen dat kinderen de hulp krijgen die zij nodig hebben uitgaande van hun leeftijd of andere redenen. Ook voor kinderen die verdacht worden van een strafbaar feit geldt dat er rekening wordt gehouden met hun leeftijd en ontwikkeling. De doodstraf mag niet op minderjarigen worden toegepast.

In de toelichting op de Verdragen van Genève (2016) wordt benadrukt dat landen verplicht zijn het Verdrag onder alle omstandigheden te eerbiedigen en te doen eerbiedigen. Dit betekent dat zij proactieve maatregelen moeten nemen om schendingen van de Verdragen te voorkomen. Daarnaast kunnen zij een schendende partij aanspreken zich aan de Verdragen te houden.

Gerechtigheid voor Palestijnse kinderen

De afgelopen jaren zijn veel Palestijnse kinderen slachtoffer geworden van gerichte acties door het Israëlische leger. Gemiddeld wordt er een kind per week gedood. De verontrustende trend in het aantal gewonde en dode kinderen is volgens onafhankelijke mensenrechtenorganisaties, zoals het Israëlische B’Tselem, het resultaat van een foute toepassing van de uitvoeringsvoorschriften voor vuurwapens van de Israëlische regering voor militairen, politieagenten en particuliere beveiligingsmedewerkers.

Het fundamentele recht van kinderen op leven en bescherming moet gewaarborgd worden, conform internationaal recht en in het bijzonder met inachtneming van het VN-Kinderrechtenverdrag en de Vierde Geneefse Conventie. In een onafhankelijk VN-rapport uit februari 2019 is onderzoek gedaan naar gedode en gewonde burgers tijdens demonstraties, waaronder veel kinderen. De VN commissie stelt vast dat het geweld door Israël in het bezette Palestijns Gebied in vrijwel alle gevallen onrechtmatig is.

B’Tselem stelt dat het doden van Palestijnse burgers, ook tijdens demonstraties, een illegale daad is en dat Israël geen echt proces van verantwoording toepast op zijn acties. In het rapport Na een jaar van protesten in Gaza: 11 onderzoeken van de militaire politie, 1 klacht’, gepubliceerd in maart van dit jaar, riep B’Tselem de internationale gemeenschap op om tussenbeide te komen en Israël te dwingen het doden en verwonden van Palestijnse burgers (volwassenen en kinderen) te stoppen.